Werf Gusto Schiedam 1905-1940

Bnr. 787 een 175 ton drijvende kraan voor de haven van Gdansk (Deutsche Werft). Is in 1944 door de Russen gelicht en als oorlogsbuit verscheept naar Leningrad (het huidige st. Petersburg). Werd ingelijfd bij de Sovjet Marine. Ligt heden ten dag e nog afgemeerd aan de kade van de Russische marine in st. Petersburg. Op de foto wordt de giek geplaatst met behulp van de eigen kraan Bnr. 591 en met de ‘Titan’ van de collega’s van Wilton-Fijenoord

 

Werf Gusto begin 1905

Op 1 juni 1905 werd de nieuwe werf in Schiedam feestelijk geopend. Het personeel uit de andere vestigingen, zoals Utrecht (500) en Slikkerveer (800), werd voor een groot deel gefaseerd overgeplaatst naar Schiedam. Om een oplossing te vinden voor de honderden instromende werknemers met hun gezinnen werd tegenover de werf een complex nieuwe huizen compleet met winkels en badhuis gebouwd (1916) door woningbouwvereniging De Eendracht. De Werf, die op dat moment nog A.F Smuldersheette, kreeg in 1911 officieel de naam Werf Gusto. Het bedrijf werd toen als zodanig ingeschreven in het handelsregister. De organisatie wijzigde van een CV in een NV met een aandelenkapitaal van 5 miljoen gulden. Eigenaren van de werf waren Henri en Frans Smulders, beiden zoons van A.F. Smulders. De werf in Slikkerveer werd te koop aangeboden en uiteindelijk in 1917 verkocht aan de NV Maas, ook een scheepswerf.

Bnr. 306: ‘No. 41’ 1905

Meteen al vanaf het begin stond er een groot aantal orders voor de baggerindustrie op stapel. In de loop van 1905 werden de in Slikkerveer nog te water gelaten schepen overgebracht naar Schiedam en daar afgebouwd. Het eerste in zijn geheel in Schiedam gebouwde schip (Bnr. 306, de No. 41) was een stoomhopper met een inhoud van 400 m³ voor de Suez Kanaal Mij. Dit liep op 12 december 1905 onder veel feestgedruis van stapel. Die eerste jaren werd veel gebouwd voor de baggerindustrie, zoals stoomhoppers, onderlossers, baggermolens, maar ook sleepboten. Bijna alles voor buitenlandse rekening. In 1908 werden de eerste drijvende Havenkranenafgeleverd, gevolgd in 1910 door de eerste drijvende Mastbok. Een geheel aparte status namen de vele gebouwde kolenelevateurs (kolenbunker-materiaal) in die periode in. De meeste in aanbouw voor rekening van de SHV te Rotterdam. Dit o.a. stelde de Rotterdamse haven in staat zich in korte tijd te ontwikkelen tot de grootste kolenhaven van Europa. De productie eindigde in 1937 met een 1000 ton kolenelevateur voor Polen.

Rijnbrug Arnhem (1935)

In 1927 begon men met de bouw van bruggen. De eerste in een lange reeks was de bascule voor de Koemarktbrug in Schiedam. Werf Gusto trad eind 1927 toe tot een consortium van bruggenbouwers en kreeg hiermee van Rijkswaterstaat de officiële titel van ‘Geregistreerde Bruggenbouwer’. Het zorgde ervoor dat Werf Gusto (Staalbouw) veel opdrachten en deelopdrachten kreeg via Rijkswaterstaat* en zo de Werf Gusto door de moeilijke crisisjaren van na 1930 heen sleepte. Een aantal in het oog springende werken waren in die periode, de Brug over de Noord bij Hendrik Ido Ambacht, de Brug bij Vreeswijk (Vianen), de Waalbrug in Nijmegen, de Rijnbrug in Arnhem en de Brug over de Oude Maas in Dordrecht.

 

Bnr. 497: ss St. Annaland (1916)

In 1916 liep het eerste vrachtzeeschip van stapel. Het was een kolenschip gebouwd voor de SHV in Rotterdam. Er volgden nog meer grote vrachtschepen voor voornamelijk Rotterdamse rederijen. Belangrijk in de ontwikkeling en verdere geschiedenis van Werf Gusto was de deelname van Henri Smulders (1917) in een consortium ter voorbereiding van de oprichting van een N.V. tot Exploitatie van een Hoogoven, Staal- en Walswerk. Gestort kapitaal 25 miljoen gulden, waarvan 5 miljoen gulden door Staatsdeelneming. De eerste order voor Werf Gusto van Hoogovens werd gegund in 1930 (Bnr. 644, Verlenging van een hoogbaan). Het zou de opmaat zijn naar een lange samenwerking en resulteerde uiteindelijk in de bouw van diverse Hoogovens, zoals Hoogoven VI en Hoogoven VII in de 60’er en 7o’er jaren.

Bnr. 512: Gemma (1919)

Een tweede belangrijke ontwikkeling waren de opdrachten die verkregen werden van de Koninklijke Marine voor de bouw van o.a mijnenvegers en torpedoboten. De eerste marineorder was de bouw van een gouvernementsschip Gemma in 1919. Weldra gevolgd door de opdracht voor de bouw van twee mijnenvegers in 1921/1922, de Jacob van Meerlant en de Douwe Aukes, die in een eigen klasse werden ingedeeld (Douwe Aukes Klasse). Midden jaren dertig kwamen daar als vervolgopdracht de bouw van vier mijnenvegers uit de Jan van Amstelklasse bij. De apotheose was de opdracht voor de bouw van torpedoboten naar Engels model. De opdracht voor de bouw van 20 van deze schepen werd in 1939 gegund en Werf Gusto bouwde speciaal voor de bouw van deze schepen een aparte Powerboathal. Bij het uitbreken van de oorlog waren acht powerboaten in aanbouw en een lag er bedrijfsklaar voor de afbouwkade (Engels prototype).

Bnr. 755: Blijdorp (1940)

Aan het eind van de dertiger jaren waren prestigieuze opdrachten voor Gusto Staalbouw in het oog springend, zoals o.a. de bouw van de staalconstructies voor het Amstelstation in Amsterdam, deMaastunnel, Beursgebouw, Diergaarde Blijdorp in Rotterdam en een groot viaduct voor den Haag.

Vooral in de crisisjaren 1930-1938 werden producten ontwikkeld, die met scheepvaart op zich of baggeren in het bijzonder niets van doen hadden. Er werden o.a.  vaten-transportbanden voor de Amstel Bierbrouwerij in Amsterdam gebouwd en betonmortelmolens in een grote variëteit voor de bouw. Het gaf aan dat er een grote mate van flexibiliteit en ondernemingsgeest zat in het bedrijf in die moeilijke periode. Ondanks dat, moest Werf Gusto, door de aanhoudende krapte op de wereldmarkt voor baggeren en speciale scheepvaart, van honderden mensen afscheid nemen.

Bnr. 709: Kantoeng (1937)

Het waren toch ook weer grote baggerobjecten voor o.a Rusland en Indonesië (toen nog Nederlandsch-Indië) die het bedrijf financieel er bovenop hielpen en nieuwe arbeidsplaatsen schiepen. Ook de order van de Koninklijke Marine voor de bouw van twee middelgrote Mijnenvegers in 1936/1937 was een doorbraak voor het bedrijf.

De grondleger van de onderneming A.F. Smulders en de beide oprichters van Werf Gusto, zijn zoons Henri en& Frans Smulders, kwamen in deze periode te overlijden. Henri Smulders was al in 1921 teruggetreden als directielid. Hij werd in 1921 opgevolgd door zijn zoon Guust jr. Beiden kwamen te overlijden in 1933. Frans Smulders overleed in 1937 en werd opgevolgd door zijn zoon Henri (J.A.M.). Henri werd in de zestiger jaren benoemd als de eerst voorzitter van de Raad van Bestuur van IHC Holland N.V.

Bij het uitbreken van de oorlog werd de werf geleid door Henri SmuldersenN.W. Conijn, de laatste kwam in 1911 het bedrijf binnen middels zijn huwelijk met de dochter van Henri Smulders.

*Via het Rijkswegenplan van 1927

Naar A.F. Smulders Slikkerveer <<<| >>> Naar Werf Gusto Schiedam 1940-1945


St. Erfgoed Werf Gusto 2018