Werf Gusto Schiedam 1940-1945

 

Bnr. 571: HHLA 3 (1941)

De oorlog zette alles stil. In deze periode worden geen noemenswaardige ‘innovaties’ doorgevoerd in de productie. De bouw van baggermaterialen was miniem. Er werden wat kantelbakken (Bnr. 788-789, 1940)gemaakt voor Bulgarije. Het meeste werk dat onderhanden was in 1940 werd geconfisqueerd, zoals de Pollux en Castor (Bnr. 767-768, 1940), twee bergingsschepen bestemd voor Egypte en de kanonneerboot K2 (Bnr. 750: K2 1941) welke was bestemd voor de Koninklijke Marine. De laatste grote kraan (Bnr. 571, 1941 (gebouwd 1926) voor eigen gebruik en verhuur, werd verkocht aan de haven van Hamburg. De kraan was ondergebracht in de Maatschappij tot Exploitatie van Drijvende Kranen & Mastbokken. Deze maatschappij werd in 1939 ontbonden.  Zoals alle Nederlandse scheepswerven werd ook Werf Gusto verplicht orders uit te voeren voor de oorlogsinspanningen van de Duitsers. Het waren vooral opdrachten voor kleine schepen en pontons voor troepentransport. Er werd veel verbouwd aan rijnaken om ze geschikt te maken om te dienen als landingsvaartuigen voor de nooit uitgevoerde landingen in Groot Brittannië. (Operatie Seelöwe)

 
 

center>Bnr. M2: S201 (1940)

Anders lag het met de marineorders die onderhanden waren van de Koninklijke Marine. Op het moment van uitbreken van de oorlog waren er acht Powerboten voor de Koninklijke Marine in aanbouw. Het prototype, dat op het moment van uitbreken van de oorlog aan de afbouwkade lag, heeft nog meegedaan aan de slag om de Maasbruggen. Het beschadigde schip werd, nadat duidelijk was dat het niets meer kon bijdragen, via Hoek van Holland naar Engeland gevaren. Daar werd het schip na reparatie toegevoegd aan de Engelse marinevloot. Werf Gusto heeft in totaal achttien torpedoboten afgeleverd, waarvan tien zelf gebouwd. Twee daarvan zijn afgebouwd volgens de specificaties van de ontwerper en in dienst genomen door de Kriegsmarine, acht zijn er afgebouwd volgens de specificaties en aangepaste wensen van diezelfde Kriegsmarine. De laatste werden toegevoegd aan Duitse eenheden in de Middellandse Zee. De overige acht werden afbesteld* door de Kriegsmarine. De casco’s van deze schepen lagen opgeslagen op de werf in Slikkerveer en zijn in delen verkocht aan de Roemeense en Bulgaarse marine.

Op het civiele vlak is er in de oorlogsjaren ook nog het nodige gebouwd. Een drijvende havenkraan van 150 ton (Bnr. 787, 1942), de Hoornbrug in Rijswijk (Bnr. 780, 1943), een verkeersbrug over de Rijn bij Rheden (Bnr. 835, 1944), een drijvende 200 ton bok voor de haven van Koblenz (Bnr. 811, 1943). Buiten deze objecten waren er nog meer opdrachten, maar volstrekt onvoldoende om meer dan 1000 man aan het werk te houden.

Bnr. 792: Verkeersbrug Kelpen (1940)

De oorlogshandelingen leverden wel veel reparatiewerk op, zoals aan verkeers- en spoorbruggen. In 1941 huurde men van de inmiddels failliete werf NV Maas de in 1917 verkochte werf in Slikkerveer terug. De werf in Slikkerveer werd later weer aangekocht (1962), daar de werf in Schiedam kampte met ruimtegebrek. Onder Gusto Staalbouw viel ook Gusto Staal- en Mijnbouw in Geleen. Dit bedrijf aan de Kampstraat was in 1941 aangekocht en fungeerde als toeleveringsbedrijf voor De Staatsmijnen. De bouw van mijnschachten e.d. was de expertise en corebusiness. Eind dertiger jaren werden er al door Werf Gusto orders aangenomen en uitgevoerd voor verschillende staatsmijnen in Zuid-Limburg. In 1940 en 1941 waren er al diverse vervolgorders voor de Staatsmijn Heerlen en de Staatsmijn Emma. Reden om dicht bij het ‘vuur’ te gaan zitten. In 1941 kocht Werf Gusto terreinen aan in Geleen en werd Gusto Geleen opgezet, dat zich in het begin toelegde op objecten voor de mijnbouw.

Bnr. 867- Co. 1: Menumbing (1947)

In 1942 nam Werf Gusto gasturbines in productie voor auto’s. Een jaar later (in 1943) vonden de eerste besprekingen plaats voor een verregaande vorm van samenwerking tussen zes scheepswerven: Werf Gusto Schiedam, Verschure Amsterdam, Conrad Stork Haarlem, de Klop Sliedrecht, L. Smit & Zn en J & K Smit beide uit Kinderdijk. Het waren allemaal bedrijven werkzaam op de baggermarkt. Zo wilden zij gezamenlijk proberen de harde concurrentiestrijd met het buitenland het hoofd te bieden en gezamenlijk opdrachten binnen te halen. Een van de eerste grote opdrachten was van de Billiton Mij (onderdeel van Shell) en bestond uit zes Tinbaggermolens voor Indonesië. De grote order (drie voor Werf Gusto) is uitgevoerd kort na de oorlog. De zes samenwerkende bedrijven behielden de eigen nummering van bouwobjecten maar kregen wel, als de order via de combinatie en niet via henzelf was afgesloten, een Co. nummer. In 1944 werd de werf zwaar beschadigd en grotendeels ontmanteld. Van nieuwbouw was bijna geen sprake meer, alleen veel reparatiewerk. In de tweede helft van 1945 stonden nog twee grote reparatie/ombouw klussen op de orderlijst van twee Engelse fregatten. Deze schepen meerden af in de Voorhaven aan de kade van het voormalige terrein van de Apollo Kaarsenfabriek. Dit leverde spanning op met de Gemeente Schiedam, omdat de grond waarop de reparaties plaatsvonden niet in eigendom was van Werf Gusto.

*De Kriegsmarine was niet te spreken over de motoren van de powerboaten en de bewapening. De benzinemotoren, ook gebruikt in Spitfires, vond men te kwetsbaar voor ‘combat’, te brandgevaarlijk. De schepen moesten afgebouwd worden met ‘gevonden’ motoren van neergehaalde Engelse vliegtuigen dat leverde veel problemen op.

Naar IHC Gusto BV 1905-1940 <<< |  >>> Naar Werf Gusto Schiedam 1946-1965


Stichting Erfgoed werf Gusto mei 2018